Copyright © Vlam vzw - Bloemen & Planten. Alle rechten voorbehouden.

Bomen planten

Bomen worden dikwijls veel te diep geplant. Dat is nadelig voor de beworteling en de zuurstofvoorziening van de boom. Bij fruitbomen bestaat bovendien het gevaar dat de ent- of oculeerplaats hierbij onder de grond raakt, waardoor de geënte variëteit zelf wortels gaat vormen en het effect van de onderstam verloren gaat.

Tips

Bomen:

  • Hou de entplaats steeds een 20-tal cm boven de grond. Meestal staat het wortelgestel dan vanzelf op de goede diepte.
  • De bovenste wortels dienen net onder de grond te zitten.
  • Hou er ook rekening mee dat de grond na het planten tot 10 à 15 cm kan inzakken.
  • De boompaal die in de ondergrond vastzit blijft uiteraard ter plekke. Zo hangt de neerzakkende boom zich als het ware op aan zijn bindband.
  • Best is om de boom 15 à 20cm boven het maaiveld te planten, met de entplaats erboven. Als je denkt dat de boom te hoog staat, staat hij waarschijnlijk net goed.


Fruitbomen:

  • Van veel fruitsoorten moet je minstens twee bomen planten voor de bestuiving. Voor een kleine tuin is het mogelijk zelfbevruchtende rassen te kiezen, maar hier is de keuze beperkt. Vraag hierover advies bij de aankoop van je bomen.
  • Plant in het najaar na de bladval of in het voorjaar voor de boom of de struik begint uit te lopen. Perzik en abrikoos plant je best in februari, tros- en stekelbessen best vroeg in het najaar (eind september). Containerplanten kan je het hele jaar door planten.
  • Maak een ruim plantgat, maar plant niet te diep. De entplaats moet minstens 5 cm boven de grond blijven.
  • Bijna alle fruitsoorten verkiezen een zonnige standplaats en vruchtbare, niet te natte grond. Op heel natte gronden moet eerst voor afwatering door drainage worden gezorgd.
  • Op hele zure grond kan je blauwe bosbessen (Vaccinium) planten.
      



 
Top
 
Beneden